|
Door
Menno Pot, Volkskrant 22 december SPANNENDER DAN DE FILM Bijna
tien jaar later staan de eerste twee compilatiealbums op hun eigen label
Bombay Connection op het punt van verschijnen: eentje met funk, en eentje
met 60’s nachtclub muziek. Het zijn de eerste delen in een lange,
prestigieuze serie Bollywood-compilaties. Vreemd
eigenlijk: Bollywood heeft al jaren een cultstatus en in juni van dit jaar
werden zelfs de ‘Bollywood Oscars’ in Amsterdam uitgereikt. Maar écht
goede compilaties van Bollywood-muziek? Het Britse Outcaste-label bracht
er een paar uit, maar zo grondig als de twee Nederlanders van Bombay
Connection het aanpakken, gebeurde het nog niet eerder. Laat het gezegd
zijn: de meest diepgravende, mooist vormgegeven en best gedocumenteerde
serie Bollywood-compilaties ooit, zal vlak na de jaarwisseling tot ons
komen vanuit Amsterdam-Oost. Het begon met
samen platen verzamelen. Stápels Bollywood-soundtracks verslonden ze. Ze
scheidden het kaf van het koren, reisden beide een keer naar India om
vlooienmarkten en platenhandelaren af te struinen en ontdekten wie de
beste zangers, muzikanten en componisten zijn: Asha Boshle, R.D. Burman, Kalyanji-Anandji. Ze ontdekten dat de muziek in
de meeste gevallen veel spannender is dan de films, die zich – zeker
vroeger – veelal volgens hetzelfde moralistische concept voltrokken. Hulsing vat
samen: ‘Verdorven nachtclubdanseres brengt de held het hoofd op hol,
maar als die verzeild raakt in een criminele samenzwering schiet ze hem tóch
te hulp. Ze sterft daarbij, waarop de held alsnog gelukkig wordt met het
nette dorpsmeisje, op wie hij eigenlijk al vanaf het begin verliefd was.
We zien het paar dansen tussen de bomen, wat staat voor liefde. En in de
volgende scène is het meisje zwanger.’ Bouman:
‘Het viel ons op dat de beste nummers op die soundtracks bijna altijd de
nummers waren die bij die onvermijdelijke sexy nachtclubscènes hoorden.
Of bij de achtervolgingsscènes. Elke keer flikken die orkesten het weer
om iets te doen dat je nog nooit eerder gehoord hebt.’ Die nummers,
veelal kruisbestuivingen van Indiase en westerse muziek, selecteerden ze
voor hun compilaties. Maar eerst wilde Bouman zélf zien hoe die muziek
gemaakt en opgenomen wordt. In 2001 vertrok hij voor vier maanden naar
India. Hij zag Bollywood-orkesten aan het werk, doorgaans veertig tot
honderd man sterk, kijkend naar de film op een groot scherm en virtuoos
reagerend op de beelden. Zes dagen per week, soms tien uur per dag doen de
orkesten hun sessiewerk. Hij bezocht
ook componisten. ‘Naushad heb ik thuis opgezocht. In India is hij een
grootheid, voor wie mensen zo ongeveer op de knieën gaan. De nationale Ennio Morricone. Ik werd
verrassend vriendelijk en met enige verwondering ontvangen: een westerse
jongeman, geïnteresseerd in zíjn werk?’ Bouman
enthousiasmeerde het Duitse verzamelaarslabel Normal Records voor zijn
plannen om productie en distributie voor z’n rekening te nemen, maar het
verkrijgen van de mastertapes en het regelen van de rechten in
licentiecontracten? Daar moest hij maar zelf doen. Zelf bekostigen,
bovendien. En daar stond hij dan, op het kantoor van Saregama, voormalig
EMI India, de platenmaatschappij die tot 1970 monopolist was op de Indiase
muziekmarkt, en Universal India, van 1970 tot 1980 de enige concurrent. ‘Ik heb
goede deals kunnen sluiten,’ zegt Bouman, die geen enkele ervaring met
platencontracten had, ‘vooral omdat ik steeds tegen die mensen gezegd
heb: dit is een uit de hand gelopen hobby, ik betaal alles zelf. Dat wekte
sympathie.’ Pijnlijk was
het om te ontdekken hoe liefdeloos in India is omgesprongen met de
mastertapes van veel Bollywood-platen. Misschien wel 90 procent is
weggegooid of zoekgeraakt. Maar sommige componisten namen kopieen van hun
mastertapes zelf mee naar huis, zo kreeg Bouman te horen op het
hoofdkantoor van EMI in Calcutta. En daar ging hij weer: het land door, op
zoek naar bijvoorbeeld de componist Kalyanji-Anandji, van wie hij een
aantal mastertape transfers kocht. Uiteindelijk
kon hij maar ongeveer eenderde deel achterhalen van de muziek die hij
graag een plaats wilde geven op de Bombay Connection-compilaties. Dan maar
rechtstreeks vanaf de lp’s masteren: daarvoor zorgde een bevriende
studiotechnicus in Londen, wederom door Bouman zelf gefinancierd.
Ondertussen namen hij en Hulsing ook de ontwerpen voor de hoezen en
boekjes maar zelf voor hun rekening. Een Indiase journalist schreef de
achtergrondinformatie bij de albums
en een vriend in Bombay speurde de stad af naar illustraties: oude
filmposters en origineel werk van zogenaamde still-fotografen, die
promotiefoto’s op de filmset schoten. Normal
Records perst in Duitsland de lp-versies van de eerste Bombay Connection-uitgaven,
die Bouman – een laatste ideetje - graag in van die prachtige,
ouderwetse klaphoezen wilde steken. Nog één keer stapte hij in het
vliegtuig, dit keer naar ‘een land in Oost-Europa’ waar hij een
drukkerij had ontdekt die de luxe klaphoezen goedkoop kon fabriceren. Speuren
en onderhandelen in India, masteren in Londen, alle voorbereidingen voor
persen in Duitsland
en hoezen drukken in Oost-Europa; en dat allemaal op eigen
kosten. Bouman: ‘Af en toe was het eigenlijk best een beetje gekkenwerk.’
Het
eindresultaat is volstrekt uniek. En het belangrijkst van alles: ‘De
muziek verdient het.’ The Bombay Connection. Vol. 1: Funk From Bollywood
Action Thrillers 1977-1984. Bombay
Connection /DOX Records/ Coast to Coast. Bombshell Baby Of Bombay. Vol. 2: Night Club, Jazz,
Swing and R&R From Bollywood Films 1959-1972. Bombay Connection /DOX Records/ Coast to Coast.
|
||