Door Menno Pot, Volkskrant 22 december  

SPANNENDER DAN DE FILM

 Op de vloer, tegen een poot van de keukentafel, staat een lp uit India. Het is de soundtrack van de Bollywood-film Hare Rame Hare Krishna (1972), in 1996 gekocht door Edo Bouman en zijn maat Milan Hulsing, als deel van een grote partij tweedehands Bollywood-platen. De twee werden prompt gegrepen door de merkwaardige schoonheid van de filmmuziek uit Bombay. ‘Een soort James Bond-muziek was het,’ zegt Bouman. ‘Sitars, Bongo’s, big band blazers en moogs. Heel weird allemaal.

 Bijna tien jaar later staan de eerste twee compilatiealbums op hun eigen label Bombay Connection op het punt van verschijnen: eentje met funk, en eentje met 60’s nachtclub muziek. Het zijn de eerste delen in een lange, prestigieuze serie Bollywood-compilaties.

 Vreemd eigenlijk: Bollywood heeft al jaren een cultstatus en in juni van dit jaar werden zelfs de ‘Bollywood Oscars’ in Amsterdam uitgereikt. Maar écht goede compilaties van Bollywood-muziek? Het Britse Outcaste-label bracht er een paar uit, maar zo grondig als de twee Nederlanders van Bombay Connection het aanpakken, gebeurde het nog niet eerder. Laat het gezegd zijn: de meest diepgravende, mooist vormgegeven en best gedocumenteerde serie Bollywood-compilaties ooit, zal vlak na de jaarwisseling tot ons komen vanuit Amsterdam-Oost.

 Het begon met samen platen verzamelen. Stápels Bollywood-soundtracks verslonden ze. Ze scheidden het kaf van het koren, reisden beide een keer naar India om vlooienmarkten en platenhandelaren af te struinen en ontdekten wie de beste zangers, muzikanten en componisten zijn: Asha Boshle,  R.D. Burman, Kalyanji-Anandji. Ze ontdekten dat de muziek in de meeste gevallen veel spannender is dan de films, die zich – zeker vroeger – veelal volgens hetzelfde moralistische concept voltrokken.

 Hulsing vat samen: ‘Verdorven nachtclubdanseres brengt de held het hoofd op hol, maar als die verzeild raakt in een criminele samenzwering schiet ze hem tóch te hulp. Ze sterft daarbij, waarop de held alsnog gelukkig wordt met het nette dorpsmeisje, op wie hij eigenlijk al vanaf het begin verliefd was. We zien het paar dansen tussen de bomen, wat staat voor liefde. En in de volgende scène is het meisje zwanger.’

 Bouman: ‘Het viel ons op dat de beste nummers op die soundtracks bijna altijd de nummers waren die bij die onvermijdelijke sexy nachtclubscènes hoorden. Of bij de achtervolgingsscènes. Elke keer flikken die orkesten het weer om iets te doen dat je nog nooit eerder gehoord hebt.’

 Die nummers, veelal kruisbestuivingen van Indiase en westerse muziek, selecteerden ze voor hun compilaties. Maar eerst wilde Bouman zélf zien hoe die muziek gemaakt en opgenomen wordt. In 2001 vertrok hij voor vier maanden naar India. Hij zag Bollywood-orkesten aan het werk, doorgaans veertig tot honderd man sterk, kijkend naar de film op een groot scherm en virtuoos reagerend op de beelden. Zes dagen per week, soms tien uur per dag doen de orkesten hun sessiewerk.

 Hij bezocht ook componisten. ‘Naushad heb ik thuis opgezocht. In India is hij een grootheid, voor wie mensen zo ongeveer op de knieën gaan. De nationale Ennio Morricone. Ik werd verrassend vriendelijk en met enige verwondering ontvangen: een westerse jongeman, geïnteresseerd in zíjn werk?’

 Bouman enthousiasmeerde het Duitse verzamelaarslabel Normal Records voor zijn plannen om productie en distributie voor z’n rekening te nemen, maar het verkrijgen van de mastertapes en het regelen van de rechten in licentiecontracten? Daar moest hij maar zelf doen. Zelf bekostigen, bovendien. En daar stond hij dan, op het kantoor van Saregama, voormalig EMI India, de platenmaatschappij die tot 1970 monopolist was op de Indiase muziekmarkt, en Universal India, van 1970 tot 1980 de enige concurrent.

 ‘Ik heb goede deals kunnen sluiten,’ zegt Bouman, die geen enkele ervaring met platencontracten had, ‘vooral omdat ik steeds tegen die mensen gezegd heb: dit is een uit de hand gelopen hobby, ik betaal alles zelf. Dat wekte sympathie.’

 Pijnlijk was het om te ontdekken hoe liefdeloos in India is omgesprongen met de mastertapes van veel Bollywood-platen. Misschien wel 90 procent is weggegooid of zoekgeraakt. Maar sommige componisten namen kopieen van hun mastertapes zelf mee naar huis, zo kreeg Bouman te horen op het hoofdkantoor van EMI in Calcutta. En daar ging hij weer: het land door, op zoek naar bijvoorbeeld de componist Kalyanji-Anandji, van wie hij een aantal mastertape transfers kocht.

 Uiteindelijk kon hij maar ongeveer eenderde deel achterhalen van de muziek die hij graag een plaats wilde geven op de Bombay Connection-compilaties. Dan maar rechtstreeks vanaf de lp’s masteren: daarvoor zorgde een bevriende studiotechnicus in Londen, wederom door Bouman zelf gefinancierd. Ondertussen namen hij en Hulsing ook de ontwerpen voor de hoezen en boekjes maar zelf voor hun rekening. Een Indiase journalist schreef de achtergrondinformatie bij de albums en een vriend in Bombay speurde de stad af naar illustraties: oude filmposters en origineel werk van zogenaamde still-fotografen, die promotiefoto’s op de filmset schoten.

 Normal Records perst in Duitsland de lp-versies van de eerste Bombay Connection-uitgaven, die Bouman – een laatste ideetje - graag in van die prachtige, ouderwetse klaphoezen wilde steken. Nog één keer stapte hij in het vliegtuig, dit keer naar ‘een land in Oost-Europa’ waar hij een drukkerij had ontdekt die de luxe klaphoezen goedkoop kon fabriceren.

 Speuren en onderhandelen in India, masteren in Londen, alle voorbereidingen voor persen in Duitsland en hoezen drukken in Oost-Europa; en dat allemaal op eigen kosten. Bouman: ‘Af en toe was het eigenlijk best een beetje gekkenwerk.’

 Het eindresultaat is volstrekt uniek. En het belangrijkst van alles: ‘De muziek verdient het.’

 

The Bombay Connection. Vol. 1: Funk From Bollywood Action Thrillers 1977-1984. Bombay Connection /DOX Records/ Coast to Coast.

Bombshell Baby Of Bombay. Vol. 2: Night Club, Jazz, Swing and R&R From Bollywood Films 1959-1972. Bombay Connection /DOX Records/ Coast to Coast.

 www.bombay-connection.com